Protestbrief aan Staatsbosbeheer over bomenkap Bisonbaai

geplaatst in: Milieu & publieke ruimte | 0

INGEZONDEN PROTESTBRIEF AAN STAATSBOSBEHEER N.A.V. HET GROOTSCHALIG KAPPEN VAN POPULIEREN IN DE OOIJPOLDER

Ooij, 1 september 2006

Geacht Staatsbosbeheer, mijnheer van Scherrenburg,

u bent een dezer dagen begonnen met de kap van Canadese populieren in de Ooijpolder, in het gebied tussen Nijmegen en Ooij; het betreft de Canadese populieren in de Stadswaard (hoek Vlietberg), de Oude Waal (tegenover de Tien Geboden (waar u intussen al begonnen bent), 2 percelen ten westen van het dorp Ooij (tussen de Spruitenkamp en het dorp) en als laatste de prachtige populierenrij aan de zuidzijde van de Bisonbaai. U kondigt dit aan in uw schrijven van augustus 2006 waarin u de betrokken aanwonenden van uw werkzaamheden op de hoogte stelt.

Alvorens in te gaan op uw argumenten will ik u er eerst op wijzen dat ik als bewoner van de Langstraat niet door u geinformeerd ben terwijl ik vanuit mijn huis aan de Langstraat direct uitkijk op de populieren aan de zuidzijde van de Bisonbaai.
Tevens maakt u in uw schrijven melding van een inloopmiddag in uw werkschuur zodat e.e.a. nog eens toegelicht kan worden. Ik vind dat u, als u bewoners serieus wilt informeren,  er goed aan gedaan had niet `s middags (als vrijwel iedereen aan het werk is) maar `s avonds uw informatiemoment had gekozen. Uw keuze voor de middag i.p.v. de avond is nog veel vreemder als blijkt dat u meteen de volgende dag met kappen begint. U wekt daarmee op zijn minst de schijn dat u verdere (lastige en wellicht boze ) discussies wilt vermijden.

Die discussie wil ìk niet vermijden. Sterker nog, door mij als bewoner en liefhebber van de Ooijpolder op deze manier buiten spel te zetten maakt u mij woedend. U gaat zeer fors ingrijpen in mijn directe leefomgeving (enkele honderden meters van mijn huis) op een manier die me helemaal niet bevalt en tast naar mijn smaak en overtuiging de schoonheid van de Ooijpolder ontoelaatbaar aan.

Daarom wil ik hieronder ingaan op een aantal van de argumenten die u hanteert om de zeer forse kap die u wilt uitvoeren te rechtvaardigen.

U schrijft dat de reden voor het kappen van de Canadese populier onder andere te maken heeft “met de leeftijd van de bomen, een veranderende kijk op hun landschappelijke inpassing en de veiligheid van de bezoekers aan onze terreinen.”

Ik ben niet deskundig daar waar het het leeftijdsargument in relatie tot gevaar voor bezoekers betreft. Wel kan ik zien dat waar u gaat kappen vrijwel geen bezoekers te vinden zijn, en juist daar waar u niet kapt (bijvoorbeeld de noordzijde van de Bisonbaai) wel veel bezoekers te vinden zijn, en dat ook nog door alle seizoenen heen. Mij ontgaat de logica. Wellicht dat ik mij vergis maar o.a. de prachtige rij populieren aan de zuidzijde van de Bisonbaai maken alles behalve de indruk dat ze aan het eind van hun levensduur zijn. Het bos bij de afslag naar de Vlietberg ziet er zeker wat minder goed uit maar daarbij moet opgemerkt worden dat u enkele jaren geleden daar al veel heeft gekapt en dat zo lomp gedaan heeft dat daar veel andere bomen beschadigd zijn geraakt. Bovendien is, voor zover mij bekend, bij die uitdunning gezegd dat er niet verder gekapt zou worden en dat het een eenmalige uitdunning betrof.

U heeft het ook over een veranderende kijk op de landschappelijke inpassing. Omdat u die uitspraak niet verder toelicht vraag ik mij af wat u daarmee bedoelt? Houden de bomen meer water vast misschien, terwijl het water juist moet kunnen stromen? Lijkt me sterk, omdat de bomen die u wilt kappen niet echt aan de rivier staan. Of bedoelt u dat het uitheemse soorten zijn die hier niet van nature voorkomen? Als het om dit laatste gaat vraag ik mij af wat de Gallowayrunderen en Konikspaarden in hetzelfde gebied doen – zeker geen inheemse soorten – hoe consistent bent u in het hanteren van argumenten of zet u argumenten in wanneer ze u van pas komen?

In uw brief spreekt u verder van “populierenbosjes” die in het verleden zijn aangeplant voor de houtwinning. Welnu, wat voor u een bosje is, zijn voor mij prachtige, gezichtsbepalende bomengroepen die de Ooijpolder met hun statigheid nu juist een grotere mate van gevarieerdheid geven, die door hun verticaliteit een wonderschone tegenhanger vormen voor het saaie, vlakke, horizontale Hollandse landschap. Als het gaat om het gevoel voor landschaps-esthetiek heeft u mijn vertrouwen absoluut niet omdat u de afgelopen jaren al op meerdere plaatsen aangetoond heeft rücksichtloos te kappen – ik denk even aan de Koude Dijk; alle bomen zijn verwijderd waardoor een sfeerloze, saaie, lege weg is ontstaan, die geen enkele intimiteit meer heeft. Ik denk ook aan het doorzicht naar de Bisonbaai vanaf de Ooijsebandijk; u heeft daar een `fantastisch` bruggetje aangelegd (wie vroeg er om?) en daarvoor een stuk of 8 populieren omgezaagd. Het prachtige, poetische doorzicht dat er was heeft u echt definitief om zeep geholpen, en het bruggetje wordt door vrijwel niemand gebruikt. Naar mijn gevoel voorbeelden die aantonen dat u een fijngevoelige, liefdevolle omgang  met het landschap ontbeert, en eerder duiden op kleinburgerlijke, rigide doordrammerigheid.

U geeft aan dat in de uiterwaarden “procesnatuur” sturend is. U streeft naar natuur die zich meer en meer spontaan ontwikkelt, en daarin past de Canadese populier niet. Ik kan het niet meer met u oneens zijn! Ik stoor me aan uw jargon, aan die eeuwige bemoeizucht die spreekt uit uw schrijven. Om iets zich spontaan te laten ontwikkelen grijp u in  en offert u ander, gezond en prachtig natuurgoed. Daar zit een grote tegenstrijdigheid in  en  er spreekt de vervelende overtuiging uit dat alles maakbaar is in de natuur; dat u constant mòet sturen; dat als iets ergens niet groeit we het er gewoon even neerzetten, en als iets er wel groeit en niet langer van pas komt, we het gewoon vernietigen. Ik vind dat getuigen van arrogantie ten opzichte van de natuur – u moet leren iets te ,laten’.

Als klap op de vuurpijl geeft u aan het einde van uw informatiebrief aan dat het gekapte hout wordt verwerkt tot energiehout voor de energiecentrale in Cuijk. Alleen het woord al: ,energiehout’ – wat is dat in godsnaam? Ik begrijp het zo:  u vindt dat u hier gewoon prachtige, gezonde gezichtbepalende bomengroepen mag rooien om ze vervolgens op te stoken? En ik, als bewoner en liefhebber van deze polder, moet dat een fantastisch idee vinden? Als ik de term ,energiehout’ al wil begrijpen, dan toch in de zin dat ik energie put uit de schoonheid die die bomen vertegenwoordigen.

U sluit uw schrijven af met te zeggen dat de bewoners na afloop van de werkzaamheden weer ongestoord van de natuur kunnen genieten – onbedoeld cynisch, want u bent zich er niet van bewust dat waar ik van geniet door u kapot gemaakt wordt. Daarmee geeft u, met al uw naar ik hoop goede bedoelingen, een brevet van onvermogen af als het gaat om het aanvoelen van wat de meerderheid van de bezoekers `mooi` vindt en onderschat u de betrokkenheid van de bewoners bij dit gebied.

Ik roep lezers van deze brief  die een stem van protest willen laten horen op een steunbetuiging te sturen aan mijn email-adres! Ik zal er voor zorgen dat e.e.a. meteen wordt doorgestuurd naar Staatsbosbeheer, in de hoop dat men daar wakker wordt en inziet dat er ingrepen in het landschap gepleegd worden worden die mijns inziens zo niet kunnen.

Hans Bol